gallery/naamlogo2

HBO kindertherapeut
Creatief therapeut
Gezinstherapeut

gallery/images3
gallery/header 3
gallery/400-familie-duinen

Wat is gezinstherapie


Er gaat veel goed in jullie gezin. Maar er zijn ook kwesties waar je samen niet goed uitkomt.
Misschien verloopt de communicatie moeizaam of ontstaan er conflicten. Er kunnen meningsverschillen zijn over de opvoeding of misschien gaat het niet goed met één iemand in je gezin wat van grote invloed is op hoe jullie met elkaar omgaan. Vaak vinden jullie zelf een oplossing, maar nu lopen jullie vast.
Er is gemerkt of ongemerkt een patroon ontstaan dat niet zomaar te stoppen is. Dan kan gezinstherapie een oplossing bieden.
In de therapie gaan jullie oefenen met dat wat nodig is om de gezinssituatie te verbeteren.
Zodat er ruimte ontstaat om weer positief met elkaar om te gaan.

Waarom gezinstherapie?

  • Je wilt beter contact met je kind, ouders, broer of zus.
  • Je zoekt een oplossing voor spanningen of conflicten.
  • Je hebt moeite met het gedrag van je kind en je wilt hem of haar zo goed mogelijk begeleiden.
  • Je hebt het gevoel dat je klem zit tussen twee familieleden.
  • Jullie zoeken een manier om het gezamenlijk ouderschap in te vullen (als partners of als ex-partners).
  • Iemand uit het gezin heeft een verslaving of psychische problemen en je zoekt een manier om hier samen mee om te gaan.
  • Je hebt moeite met de manier waarop je ouders, of andere familieleden, zich mengen in de opvoeding van je kind.
  • Je wilt beter begrijpen wat er vroeger in jullie gezin speelde.


De gesprekken
Als je contact opneemt kindertherapie Terschelling, dan word je uitgenodigd voor een gratis kennismakingsgesprek.
Tijdens het kennismakingsgesprek ontvang je informatie over gezinstherapie.
Zo kun je een goede keuze maken of dit bij je past en of het klikt met mij als therapeut.
Wordt er besloten van start te gaan, dan wordt afgesproken hoe vaak je een gesprek zult hebben. Meestal is dit eens per twee weken.
Er wordt heel precies en  gericht gewerkt op wat er voor jullie gezin nodig is. Zes tot twaalf gesprekken zijn dan ook meestal voldoende.
In de gesprekken ga je werken aan dat wat nodig is om je gezinssituatie te verbeteren. Allereerst wordt besproken wat er goed gaat en waar het knelt. Mogelijk ervaren jullie de situatie allemaal op jullie eigen manier en er wordt stilgestaan bij ieders perspectief.
Ook komt aan bod of er nog andere factoren van invloed zijn geweest op jullie gezinsleven.
Je kan hierbij bijvoorbeeld denken aan ziekte, verlies of de overgang naar een nieuwe fase, zoals de overgang naar zelfstandigheid (puberteit / adolescentie).
Door te achterhalen waar de moeilijkheden en de mogelijkheden liggen kan uiteindelijk een plan gemaakt worden hoe het beste aan de doelen
gewerkt kan worden.

 

De gestelde doelen komen in een behandelingsplan te staan, wat het vertrekpunt is voor de gesprekken die volgen.
Waarmee jullie precies aan de slag gaan, hangt af van wat er precies speelt. In de gesprekken wordt in ieder geval geoefend om de patronen die jullie in de weg staan te vervangen voor nieuwe, positieve interacties. Er wordt op zoek gegaan naar nieuwe mogelijkheden. Het is belangrijk dat de oplossingen voor iedereen in het gezin werken.

Is spelen beter dan praten?
In sommige gevallen is enkel gesprekstherapie niet het aangewezen middel om aan verandering in je gezin te werken.
Bijvoorbeeld omdat je kind(eren) nog jong zijn. Of omdat je hebt gemerkt dat er over praten tot onvoldoende verandering leidt.
Mogelijk is Theraplay dan geschikt voor jullie.
Theraplay is een methodisch goed onderbouwde vorm van interactietherapie voor ouder en kind. Theraplay verbetert het gedrag van het kind en zijn emotionele toestand door de ouder-kind relatie te versterken.
De therapeut begeleidt ouder en kind door middel van eenvoudige en grappige spelletjes, uitdagende ontwikkelingsgerichte activiteiten en zachte, verzorgende activiteiten.
Door op deze manier met elkaar bezig te zijn, ontstaat een betrokkenheid die de ouder helpt om het gedrag van het kind te reguleren en aan het kind zijn (haar) liefde, plezier en betrouwbaarheid te uiten. Dit helpt het kind om zich veilig te voelen;  hij (zij) voelt zich verzorgd, verbonden en de moeite waard, waardoor het kind zich op een veilige manier aan de ouder kan hechten.

Theraplay onderscheidt zich van andere vormen van kindertherapie:

Ouders / verzorgers van het kind spelen een grote rol in de behandeling; zij zijn aanwezig bij de sessies en worden daarin actief betrokken.
De therapeut heeft een indirecte rol en begeleid het proces.
Het is een actieve, interpersoonlijke en speelse therapie. Het is een ‘doe-therapie’, geen ‘praat-therapie’.
Er wordt snel resultaat ervaren.
Het richt zich op het ‘hier en nu’, niet op wat er in het verleden is gebeurd.
Omdat verbale interactie en symbolische spel nauwelijks een rol spelen, kan Theraplay al ingezet worden bij heel jonge kinderen en hebben ook
kinderen met ontwikkelingsachterstanden baat bij deze vorm van therapie.
De Theraplay methode kan door ouders worden overgenomen naar de thuissituatie, waardoor lange termijn resultaten mogelijk zijn.
Theraplay behandeling is mogelijk voor kinderen van alle leeftijden, van baby tot adolescent. De meeste kinderen die aangemeld worden zijn
tussen de 3 en 10 jaar. Voor oudere en jongere kinderen worden aanpassingen gedaan.

Met de gehechtheidtheorie als uitgangspunt is dit een therapievorm met als doel het versterken en (op)bouwen van de hechtingsrelatie tussen ouders en kind, het vergroten van zelfvertrouwen, het vertrouwen in elkaar en stimuleren van een speelse betrokkenheid op elkaar. Het is een persoonlijke en lichamelijke begeleidingsvorm waarbij gedeeld plezier centraal staat.
Theraplay wordt succesvol ingezet om kinderen te helpen met een grote variëteit aan problemen. Daarbij wordt telkens uitgegaan van het idee dat een stevige ouder-kind relatie, waarbij de ouder sensitief is voor de behoeftes van dit specifieke kind, bijdraagt aan het verminderen van gedragsproblemen.

Theraplay kan helpend zijn bij:

  • Boosheid, agressie en storend gedrag
  • Opstandig en controlerend gedrag
  • Verlegen, teruggetrokken en/of  contact vermijdend gedrag
  • Claimend en te afhankelijk gedrag
  • Hechtingsproblematiek als gevolg van adoptie of uithuisplaatsing (verlies ouder)
  • Ontwikkelingsstoornissen die de gehechtheidsrelatie kunnen beïnvloeden, zoals ASS, ADHD e.d.
  • Gedragsproblemen op school of met leeftijdsgenoten